Alles wat we kunnen testen.
Elke waarde hieronder kunnen we meten. Wil je een speciaal pakket? Dan stellen we het op aanvraag voor je samen.
Hart & vaten
12 markers
De optelsom van al het cholesterol in je bloed; het startpunt van elk hart- en vaatprofiel.
Het cholesterol dat overtollig vet terug naar je lever brengt; hoger is doorgaans gunstiger.
Het cholesterol dat zich in je vaatwand kan stapelen; de bekendste risicomaat voor je vaten.
Vetten in je bloed die vooral reageren op suiker, alcohol en overgewicht.
Telt het aantal cholesteroldeeltjes dat je vaatwand in kan; vaak preciezer dan LDL alleen.
Het dragereiwit van HDL; samen met ApoB toont het de balans tussen aanvoer en afvoer.
Een erfelijk cholesteroldeeltje dat je maar één keer hoeft te meten; leefstijl verandert er weinig aan.
Het aandeel EPA en DHA in je rode bloedcellen; laat zien hoe je vetzuurbalans er echt voorstaat.
Serumtest die naast omega-3 ook je omega-6:3-verhouding meet. Voor de omega-3-index zelf is de meting in rode bloedcellen preciezer.
Een eiwit dat je hart afgeeft bij overbelasting. Vooral zinvol bij verhoogd risico of vanaf middelbare leeftijd; bij jonge gezonde mensen vaak vals verhoogd.
De lipoproteïne die triglyceriden door je bloed vervoert.
Meet grotendeels gewoon je LDL opnieuw en labs zijn onderling niet vergelijkbaar; naast ApoB en LDL voegt het niets toe.
Suiker & metabolisme
6 markers
Je gemiddelde bloedsuiker over de laatste twee tot drie maanden, in één getal.
Je bloedsuiker op het moment van de prik; nuchter gemeten het meest bruikbaar.
Het hormoon dat suiker je cellen in stuurt; hoog nuchter wijst op beginnende ongevoeligheid.
Een bijproduct van je eigen insulineaanmaak; laat zien hoe hard je alvleesklier werkt.
Het verzuringsproduct van intensieve inspanning; in rust een maat voor je energiestofwisseling.
Volgt in de praktijk vooral je vetmassa en zegt dus niets wat je lichaamssamenstelling niet al zegt; geen enkele behandeling hangt ervan af.
Bloed & ijzer
13 markers
Het eiwit dat zuurstof door je lijf draagt; samen met ferritine het startpunt van je ijzerbeeld.
Het aandeel rode bloedcellen in je bloed; te dik of te dun bloed valt hier op.
Het aantal zuurstofdragers zelf; hoort bij elk basisbloedbeeld.
Je afweercellen; structureel hoog of laag is een signaal om verder te kijken.
De cellen die je bloed laten stollen bij een wond.
De gemiddelde grootte van je rode bloedcellen; helpt bloedarmoede verklaren, ijzer of juist B12.
Jonge rode bloedcellen; laten zien of je aanmaak op gang is.
Je ijzervoorraad; een eerlijkere maat dan los serumijzer, en relevant voor sporters en vrouwen.
Het transporteiwit voor ijzer; samen met ferritine maakt het je ijzerstatus compleet.
Splitst je witte bloedcellen op in vijf typen; laat zien wélk deel van je afweer verhoogd of verlaagd is.
De spreiding in grootte van je rode bloedcellen; helpt vroege tekorten aan ijzer of B12 opsporen.
Je bloedgroep (A, B, AB of O) en resusfactor; hoef je maar één keer te bepalen.
Schommelt sterk binnen één dag en na maaltijden of supplementen. Ferritine meet je voorraad en is de eerlijkere maat; los serumijzer zegt weinig.
Vitaminen
14 markers
Draagt bij aan normale botten, spieren en afweer; in de winter daalt je waarde doordat je huid minder aanmaakt.
Nodig voor je zenuwen en bloedaanmaak; de standaardtest meet je totale voorraad.
De fractie B12 die je cellen echt kunnen opnemen; scherper dan de totaalmeting.
Stijgt zodra je cellen B12 tekortkomen; de bevestigingstest bij twijfel.
Werkt samen met B12 in je bloedaanmaak en celdeling.
Nodig voor je zicht, huid en afweer; een tekort is zeldzaam bij een gevarieerd dieet.
Vetoplosbare antioxidant die je celmembranen beschermt.
Stuurt je bloedstolling en werkt samen met vitamine D in je botstofwisseling.
Helpt bij de omzetting van voeding naar energie.
Betrokken bij je energiestofwisseling en het herstel van DNA.
Een B-vitamine uit je energiestofwisseling; let op: biotinesupplementen kunnen andere bloedtesten verstoren.
Een tekort is zeldzaam; het echte probleem is juist te véél B6 uit supplementen, en daar heb je geen test voor nodig.
Een echt tekort komt bij gezonde volwassenen vrijwel niet voor; het hoort bij alcoholmisbruik, maagverkleining of bepaalde medicatie.
Weerspiegelt vooral je inname van de laatste dagen, en het monster moet direct gecentrifugeerd en ingevroren worden, wat op de meeste prikposten niet lukt.
Mineralen
14 markers
Bouwstof van je botten en signaalstof voor spieren en zenuwen.
Je belangrijkste elektrolyt voor de vochtbalans.
Het elektrolyt achter je hartritme en spieren.
Samen met calcium de mineraalbasis van je botten.
Spoorelement voor je bindweefsel en ijzerstofwisseling; tekort én overschot zijn zeldzaam.
De bouwstof van je schildklierhormoon.
Elektrolyt dat samen met natrium je vocht- en zuurbalans regelt.
De buffer die je bloed op de juiste zuurgraad houdt.
Het hormoon dat je calcium reguleert; wordt samen met calcium en vitamine D gelezen.
Een tekort is zeldzaam en de veiligheidsmarge is een van de smalste van alle mineralen: één paranoot per dag is al genoeg.
Minder dan 1% van je magnesium zit in je bloed, dus deze waarde zegt weinig over je echte status.
Beter dan serum, maar nog steeds geen betrouwbare maat voor wat er in je weefsel zit, en niet gestandaardiseerd tussen labs.
Schommelt met je laatste maaltijd en met ontsteking; een tekort lees je er zelden betrouwbaar uit.
Er is geen grenswaarde waaronder suppletie aantoonbaar helpt bij gezonde mensen, dus de uitslag verandert niets aan het advies.
Hormonen
20 markers
Het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon; we meten het samen met SHBG en albumine, omdat het losse getal weinig zegt.
Het deel testosteron dat echt beschikbaar is; berekend uit testosteron, SHBG en albumine.
Het eiwit dat testosteron bindt; bepaalt hoeveel er vrij overblijft.
Het belangrijkste vrouwelijke hormoon, en ook bij mannen relevant voor botten en libido.
Het cyclushormoon van de tweede helft; zegt of er een eisprong is geweest.
Het hersensignaal dat je geslachtshormonen aanstuurt; wijst aan waar een tekort begint.
Het tweede hersensignaal in de hormoonas; hoort bij elke cyclusvraag.
Kan bij verhoging libido en cyclus verstoren; makkelijk te checken.
Het moederhormoon uit je bijnier waar andere hormonen uit gemaakt worden.
De werkarm van groeihormoon; zinvol bij vragen over de groeihormoonas. Er is geen bewezen optimale waarde om op te sturen.
De krachtigste vorm van testosteron; speelt onder meer een rol bij haaruitval en prostaat.
Voorloper van testosteron en oestrogeen uit je bijnier.
Tussenstap in de aanmaak van cortisol en geslachtshormonen.
Het moederhormoon waar alle steroïdhormonen uit gemaakt worden.
De tweede vorm van oestrogeen, dominanter na de menopauze.
Het hersensignaal dat je bijnieren aanstuurt.
Het transporteiwit van IGF-1; samen gelezen geven ze het completere beeld van je groeihormoonas.
Volgt een sterk dagritme: je ochtendwaarde is normaal drie tot vier keer je avondwaarde. Eén prik op een willekeurig moment is daarom niet eerlijk te interpreteren; de juiste cortisoltest loopt via je arts.
Meet de eierstokreserve, maar buiten een concrete vruchtbaarheidsvraag wordt routinematig testen afgeraden. Bij een kinderwens hoort dit gesprek bij je arts.
Alleen betekenisvol als een reeks avondmetingen bij gedimd licht; één losse afname overdag meet een hormoon dat dan bijna nul hoort te zijn.
Schildklier
8 markers
Het aanstuursignaal van je schildklier; de eerste test bij traagheid, kou of gewichtsvragen.
Het voorraadhormoon van je schildklier.
De actieve vorm van schildklierhormoon; wat je cellen echt gebruiken.
Antistoffen tegen je schildklier; sporen een auto-immuunoorzaak op.
De tweede schildklierantistof, naast anti-TPO.
De totale hoeveelheid T3 in je bloed, gebonden én vrij.
Antistoffen tegen de TSH-receptor; horen bij de ziekte van Graves.
Geen enkele schildklierrichtlijn gebruikt reverse T3 en er is geen gevalideerde grenswaarde; de uitslag kan je alleen op het verkeerde been zetten.
Lever
11 markers
Het meest leverspecifieke enzym; stijgt als levercellen beschadigd raken.
Leverenzym dat ook in spieren zit; samen met ALAT te lezen.
Gevoelig voor alcohol en vervetting van de lever.
Enzym uit lever en bot; helpt een verhoogde leverwaarde thuisbrengen.
Afbraakproduct van rode bloedcellen dat je lever opruimt.
Het meest voorkomende bloedeiwit; nodig om onder meer vrij testosteron te berekenen.
Alle eiwitten in je bloed samen.
Algemeen celschade-enzym uit lever, spieren en bloedcellen.
Verteringsenzym van je alvleesklier en speekselklieren.
Het vetverterende enzym van je alvleesklier.
Het transporteiwit van koper; wordt samen met koper gelezen.
Nieren
6 markers
Afvalstof uit je spieren; de standaardmaat voor nierfunctie.
Je berekende nierfilterfunctie, afgeleid van kreatinine.
Afvalstof van eiwitafbraak; hoog bij uitdroging of veel eiwit.
Bekend van jicht; ook gekoppeld aan suiker- en alcoholinname.
Nierfunctiemaat die niet afhangt van spiermassa; eerlijker bij gespierde mensen.
Kleine hoeveelheden eiwit in je urine; het vroegste signaal van nierbelasting.
Ontsteking & herstel
9 markers
Laaggradige ontsteking, precies gemeten; alleen zinvol buiten ziekte of zware training om.
Het standaard ontstekingseiwit; vooral nuttig bij acute infecties.
Een functionele maat voor je B12-, B6- en foliumzuurstatus. Geen hartrisicomarker: verlagen met B-vitamines voorkomt aantoonbaar geen hart- en vaatziekten.
Het spierschade-enzym; laat in cijfers zien hoeveel je spieren te verduren kregen.
Vangt vrijgekomen hemoglobine weg; daalt bij versnelde afbraak van rode bloedcellen.
Signaalstof van mestcellen; gebruikt rond allergische reacties.
Trager en gevoeliger voor leeftijd, geslacht en bloedarmoede dan CRP; als CRP al gemeten wordt, voegt BSE niets toe.
Niet gestandaardiseerd tussen labs, en één meting kan van dag tot dag tientallen procenten schommelen; hsCRP is de ontstekingsmarker mét bewijsbasis.
Zit bij gezonde mensen rond de detectiegrens van de test en is niet gestandaardiseerd tussen labs; één uitslag is niet te interpreteren.
Darm & intolerantie
8 markers
De eerste test bij verdenking op coeliakie (glutenintolerantie).
De bevestigingstest voor coeliakie, naast anti-TTG.
Nodig naast de coeliakietesten: bij een IgA-tekort vallen die vals normaal uit.
DNA-test die laat zien of je aanleg hebt voor lactose-intolerantie; eenmalig te bepalen.
De stof achter veel intolerantieklachten; wordt samen met DAO gelezen.
Het enzym dat histamine uit voeding afbreekt; laag bij histamine-intolerantie.
Antistoffen tegen de maagbacterie achter veel maagklachten.
De commerciële zonulinetests blijken niet daadwerkelijk zonuline te meten, dus de uitslag zegt niets over je darmwand.
Allergie
2 markers
Screent antistoffen tegen de meest voorkomende voedselallergenen in één keer.
Screent de meest voorkomende inhalatieallergenen: pollen, huisstofmijt, huidschilfers.
Metalen
4 markers
Zwaar metaal dat zich in je lichaam kan opstapelen; relevant bij oude verf, jacht of schietsport.
Zwaar metaal; relevant als grote roofvis vaak op het menu staat.
Lichtmetaal dat bij hoge blootstelling meetbaar wordt in je bloed.
Spoorelement, vooral gemeten bij beroepsmatige blootstelling.
Benieuwd waar jij staat?
Vul de vragenlijst in en zie je persoonlijke bloedpaneel.